Een nieuw leven

Deze keer reed ik een beetje gespannen naar Leeuwarden. Sjors had contact gezocht, wilde graag een keertje meerijden en mij ‘iets’ laten zien. Bij het maken van de afspraak appte hij dat hij altijd wel kon, hij werkte altijd in de avond. Bovendien bood hij aan een kampvuur te maken….Iets in mij was onrustig en ik kon het niet plaatsen.

Dus ik pikte hem in de ochtend op. Sjors stapte in. Een open man, vlotte babbel maar met een heel ander uiterlijk en referentiekader dan ik. Dat was direct duidelijk. ‘Ik zit even te genieten van deze prachtige kar’ zei hij direct nadat hij was ingestapt. We vertrokken richting een kleine plaats in Friesland, daar wilde hij me iets laten zien.

‘Ik zal het maar direct zeggen, maar ik heb drie jaar in de bak gezeten!’ Ook goedemorgen, dacht ik. En waar gaat dit naartoe? Iets laten zien? Ik was direct nieuwsgierig, geprikkeld en ook alert. Kon ik hem vertrouwen? Ik wist het niet maar wilde het wel. Dus zoals afgesproken vervolgden we de weg.

Hij had het artikel in de Leeuwarder Courant gelezen en was getriggerd door mijn verhaal. Hij vertelde gemakkelijk, over zijn leven voordat hij in detentie kwam, hoe het leven in de gevangenis was, welke mores en codes er zijn en hoe hij bezig was om zijn leven opnieuw vorm te geven. ‘Dat hebben jij en ik gemeen’, zei hij. We hadden beide een crisis gehad en maakte radicaal andere keuzes. Sjors was een slimme en analytische knaap. En ik leerde veel over een wereld die mijlenver weg is voor mij.

Sjors was heel erg eerlijk en open. ‘Ik kon goed stelen en goed babbelen’. Hij vertelde ook dat hij nooit had geleerd welke normen en waarden de meeste gezinnen hanteren. Zijn achtergrond had zijn werkelijkheid bepaald. ‘Vechten, stelen, liegen.’ Dat was voor hem heel gewoon. ‘Tot op een moment dat ik met andere mensen in contact kwam. Daar werd niet eens gevochten. Die waren lief en eerlijk tegen elkaar.’  Toen kwam het inzicht.

We kwamen bij een oude leegstaande fabriek. Hij scharrelde de sleutel ergens vandaan en deed de deur open. Dit moment vond ik toch weer spannend. We gingen naar binnen en vol trots liet hij me het oude woonhuis zien, muf, oude meubels, kleden. Hij bewoog zich makkelijk door het pand, trappetjes, gangetjes en vele verdiepingen. Tenslotte kwamen we in de fabriek, grote ruimtes, ingestorte daken, overblijfselen van een ooit goedlopende fabriek. Bizar!

‘Kom, we maken een vuurtje.’ Sjors was overal en nergens om papier en hout te verzamelen en maakte het vuur aan. Ik stak een sigaar op en hij een sigaret. Ik vroeg hem naar vriendschap, ambitie, relaties, systemen en rolmodellen. Bij het kampvuur en in de zon voerden we een prachtig gesprek. Deze man dacht goed over zijn leven na en had in deze fabriek een nieuwe start gemaakt. Daarom wilde hij het me laten zien. ‘Als ik hier aankom heb ik altijd een glimlach’ Met de eigenaar had hij afspraken gemaakt om te ruimen, spul te verkopen en op deze verlaten plek te kunnen rommelen. Daarnaast werkte hij in een kroeg. Hij had een kleine huurwoning in de stad en was bezig zijn sociale omgeving los te laten en een nieuwe te creëren.

Ik bemerkte zijn trots en terugkerend zelfvertrouwen. Ik voelde hoe warm en eerlijk hij sprak over vriendschappen en relaties. En ik was gefascineerd door zijn transformatie en de kracht die hij had om niet meer terug te keren naar het criminele circuit. Deze man deed zo ongelooflijk zijn best om die tweede kans te pakken. Sjors is een goed mens alleen opgegroeid in een moeizame situatie. Hij kopieerde naar voorbeeld, deed verkeerde dingen, kwam in de gevangenis, kreeg een andere realiteit te zien en maakte daarna zijn eigen bewuste keuzes. Mooi.

Mijn initiële gespannenheid was niet voor niets, maar het was een avontuurlijke en bijzondere ontmoeting waarbij mijn vertrouwen in mensen wederom werd gestaafd.

Ik geloof dat ik nog maar even doorga met mijn Bloeigesprekken!

 

Vader en zoon

Vaders en zonen hebben vaak een bijzondere relatie. Over en weer is er trots, samen mannen dingen doen en verwachtingen. Daarnaast is het veelal lastig om de echte gesprekken te voeren, diepe verbinding te maken en kwetsbaar te kunnen zijn. Echter, die behoefte is er wel.

Mijn vader heette Ton en met hem had ik een goede band. In mijn late tienerjaren gingen we jaarlijks een paar dagen samen zeilen. De eerste dag koetjes en kalfjes, en daarna verdieping en verbinding. En iedere keer gebeurden er bijzondere dingen. Dit leidde tot aanvaringen (met andere boten en steigers), gekneusde ribben, mooie avonden in de kroeg en heldhaftige verhalen bij thuiskomst. Maar vooral leidde het tot verbinding en begrip van elkaar. Magnifiek!

We hadden mooie gesprekken al uitkijkend over de Friese meren. We deelden elkaars privé leven, onze successen alsook de pijnpunten. Soms liet hij duidelijk blijken trots te zijn en andere keren kreeg ik een en vaderlijk advies mee. Maar altijd ik voelde zijn vertrouwen.

Met regelmaat heb ik mannen in de auto die het bedrijf van hun vader of ouders overnemen. Of waarbij er verwachtingen rond overname leven. Dit leidt bijna altijd tot moeizame relaties. Zo had ik de gedoodverfde opvolger, degene die de overname misliep en iemand bij wie de overname een gezamenlijke beslissing leek.

In alle drie gevallen liep de situatie uit op een onderkoelde relatie waarbij de vader-zoon liefde het aflegde tegen de onderlinge (niet duidelijk uitgesproken) verwachtingen. Zonder uitzondering zorgde dit voor veel verdriet, boosheid en zelfs het verbreken van de verbinding. En ook in deze gevallen zorgde het masculiene gedrag van beide kanten tot een soort gevecht, een gevecht tussen een vader en een zoon. De vaders (vaak al opa’s) en de zoons (vaak al vaders) lieten elkaar niet meer toe en ook de opa-kleinkind relatie werd hierdoor beladen.

Wanneer ik de mannen vroeg hoe ze het zouden vinden als hun vader nu zou komen te overlijden gaven ze unaniem aan dat ze nog een goed gesprek met pa willen, om het uit te praten of in ieder geval te laten weten dat ze van hun ouwe heer houden. Dus aan alle zoons die dit nog niet hebben gedaan wil ik graag meegeven: DOE DAT!

Alle vaders en zoons gun ik de open armen van elkaar. En het zou helpen als de vaders hun kwetsbaarheden durven tonen, dit schept verbinding, vertrouwen en geeft de zoons het besef dat krachtig zijn niet perse sterk of stoer is. Ook kwetsbaar is krachtig. En aan alle vaders zou ik willen meegeven: WEES MEER MENS EN MINDER VADER NAAR JE ZOON!

Mijn eigen vader is helaas jong gestorven, maar mede door onze zeiltochten heb ik prachtige herinneringen, verhalen en mijn sterke pa ook als een krachtig en kwetsbaar mens leren kennen. Ondertussen heb zelf ik 3 zoons en doe mijn uiterste best om een echt en authentiek mens en goede vader te zijn…..

Ik geloof dat ik nog maar even doorga met mijn Bloeigesprekken.

 

 

 

Spijt

Het was een waanzinnig mooie ochtend in Friesland. Koeien in een mistig weiland, de zon die opkomt en prachtige zwermen rotganzen in de lucht. Klassieke muziek uit de boxen. Benieuwd wie er instapt vandaag.

Hij heette Bert en woonde op een prachtige plek aan het water. Een mooie woonboerderij, grote auto en een vlot voorkomen. Bij de instap klapte hij in zijn handen en riep: ‘zo, we kunnen!’ We reden het erf af, tussen de weilanden ik begon mijn kwetsbare verhaal te vertellen. Nadat ik klaar was zei hij enigszins beduusd: ‘Dat is een mooi verhaal Arno’

Ik vroeg hem naar het zijne en hij vertelde honderduit over zijn succesvolle bedrijf, internationale partners en goede vooruitzichten. Ik luisterde bewonderend naar zijn stoere verhaal en vroeg hem vervolgens naar zijn kwetsbare verhaal. ‘Daar praat ik liever niet over‘ zei hij geëmotioneerd. ‘Maar ik wel’, zei ik. ‘Kom op’ Toen ontvouwde zich een verdrietig verhaal.

Hij groeide op in Noord Holland, op een boerderij waar zijn ouders een paardenfokkerij hadden. Prachtige beesten die voor de topsport werden gefokt en nationaal en internationaal werden verkocht. Ook werden de paarden daar getraind. Samen met zijn zusje en broertje beleefde hij er een heerlijke jeugd. ‘Mijn vader was altijd aan het werk, mijn moeder ook druk, maar de paarden waren mijn vrienden. Als er weer een paard werd verkocht was ik verdrietig maar ook trots. Ik kende alle paarden en volgde ze als ze wedstrijden deden, man wat was ik trots op ze. We gingen nooit op vakantie, maar dat wilde ik ook helemaal niet, ik wilde bij de paarden zijn!’ De liefde straalde van zijn gezicht.

Bert ging studeren en na zijn studie kreeg hij een goede baan, uiteindelijk stichtte hij zijn bedrijf en werd daarmee succesvol. ‘Waarom heb je de zaak niet overgenomen?’ vroeg ik. Zijn jongere zusje kon niet zo goed leren en ging in de zaak werken, jaren later werd Bert opeens geconfronteerd met het feit dat de zaak aan zijn zusje zou worden overgedragen. ‘Zonder mij echt te betrekken, ik was ziedend! Maar ik wilde er niks meer mee te maken hebben, ze konden het krijgen.’ Koppig als Bert was tekende hij bij de notaris, gaf geen krimp en zei geen woord.

De relatie met zijn ouderlijk huis bekoelde, zowel met ouders als met broer en zus. Mijn kinderen wilde ik opa en oma niet ontzeggen, en mijn ouders hun kleinkinderen niet, maar ik ben nooit meer op de fokkerij geweest. Nu straalde de pijn van zijn gezicht. ‘Kortgeleden is mijn pa plotseling gestorven en we hebben het er nooit over gehad…..’

Familieruzies komen vaak voor. Bijna altijd gaat het over (onuitgesproken) verwachtingen,  voorzichtigheid en dit gecombineerd met een niet zelf gekozen onderlinge band. Iedereen voelt wat er speelt maar durft niet te uiten uit angst iemand te kwetsen en de band geweld aan te doen. Het gesprek wordt niet gevoerd.

Bert kan nooit meer tegen zijn vader zeggen hoeveel pijn hij voelde. Hij weet dat zijn vader dit ook zag en voelde dat dit tussen hen in stond. ‘Goddomme Arno, ik heb zo veel spijt dat ik het niet met hem heb uitgepraat. Het ging mij echt niet om de zaak en ik begrijp dat het een prima keuze was. Maar de manier waarop…..’

Ik geloof dat ik nog maar even doorga met mijn Bloeigesprekken!

 

P.S. Voor kwetsbare krachtige mannen die zich wél laten kennen organiseer ik binnenkort een mannenavond.

De rijdende biechtstoel

Vorige week had ik een mooie sessie bij Engbert Breuker in Den Andel. Tijdens het gesprek zei ik ineens ”ik ben soms een soort rijdende biechtstoel”, ik doelde op het feit dat mensen me zoveel toevertrouwen.

Op regelmatige basis gebeurt het me dat mensen mij hun diepste zielenroerselen vertellen, geheimen en verborgen verlangens. In het begin schrok enigszins ik van dit soort ontboezemingen, maar nu ik terugdenk aan die gesprekken en de verbinding die we hadden is het eigenlijk prachtig dat mensen het met me durven delen.

Het leert me een aantal dingen: mensen vertrouwen me, als je zelf kwetsbaarheid laat zien komt het ook terug, de setting met de Jaguar werkt om mensen in een bepaalde stand te krijgen en passagiers ervaren het als een plek waar ze totaal open en eerlijk durven zijn.

En ook merk ik dat mensen enorm gebukt kunnen gaan onder deze gedachten en geheimen. Je ziet mensen letterlijk opgelucht uitstappen, ze hebben iets durven delen, alleen maar een hinderlijke gedachte, feitelijk is er niets veranderd maar toch zijn ze een paar kilo lichter. Dat vind ik miraculeus om te zien.

Het sterkt mij in mijn huidige koers waar ik me aan het verrijken ben met een tweetal coachingsopleidingen. Als coach zorg je ervoor dat mensen het leven gaan leiden wat ze het liefste willen en wat aansluit bij hun waarden. Vaak zie je dat mensen dat onvoldoende doen, en die verlangens of gedachten onderdrukken omdat het niet kan, of niet mag volgens de norm of bijvoorbeeld de buitenwereld. Terwijl hun eigen waarden hiermee geweld wordt aangedaan.

Hiermee wil ik niet suggereren dat het makkelijk is om deze verandering te maken en soms maken de omstandigheden het feitelijk onmogelijk. Sterker nog, het leven leiden op basis van intrinsieke persoonlijke waarden is vaak een radicale stap. We hebben geleerd om ons hoofd te volgen en niet ons hart. Mijn ervaring tot nu is dat mensen het meestal niet aandurven omdat ze de consequenties te moeilijk vinden of in hun comfortzone blijven. Toch komt hier veel onvrede vandaan en doen we niet wat we het allerliefste willen. Wel zou ik iedereen aansporen om eens goed na te gaan welke persoonlijke waarden van belang zijn en op welke manier deze worden geleefd, vaak zul je ontdekken dat de meeste stress ontstaat waar de eigen waarden niet worden gehonoreerd. En vraag je af of dat het dan wel waard is.

De mooiste herinneringen zijn vaak diegenen die eruit spatten, die buiten de comfortzone plaatsvonden en die maar net goed afliepen. Of juist ervaringen die totaal verkeerd gingen maar voor een prachtig verhaal zorgden. Dus het comfortabele leven is soms aan de vlakke kant terwijl het dynamische spannende leven veel prikkelender is (en soms ook pijnlijker).

Hoe zou het zijn als iedereen het leven zou leiden wat hij het liefste zou willen?

Ik geloof dat ik nog maar even doorga met mijn Bloeigesprekken.

rijdende biechtstoel
De rijdende biechtstoel bestaat blijkbaar al enige tijd 😉

 

Voor Theo – De Goldberg variaties

Ik pikte haar op in een bosrijk gebied in Friesland. Ik had geen enkel beeld bij deze dame en het zou een gesprek worden zonder enige verwachting. Jellie bleek eind vijftig, kinderloos en kunstzinnig.

Het was een heldere en ijskoude ochtend. Veel weidevogels en ganzen, koude blauwe lucht en weinig wind. We reden door Gaasterland, voor mij het mooiste stuk Friesland, glooiend, bosrijk, direct aan het IJsselmeer en daarmee heel weids. Jellie vertelde over haar herkomst, familie en huidige situatie. Wat ik mooi vond was dat ze eigen muziek had meegenomen, dat was voor het eerst dat iemand dat deed. Ik was direct benieuwd naar de reden maar vroeg er niet naar. Ze deed de CD in de speler en prachtige pianomuziek vulde de Jaguar. Het bleek Glenn Gould, de Goldberg variaties, deze muziek deed haar denken aan haar man Theo. Hij overleed twee jaar geleden.

Theo en Jellie hadden een mooi leven samen, beiden gericht op cultuur, films kijken, theater en naar muziekvoorstellingen. Jellie schilderde, Theo musiceerde en ze genoten enorm van de rust in Gaasterland. Iedere maand trokken ze er een weekend op uit en bezochten ze Amsterdam, Groningen, Utrecht om hun cultuurhonger te stillen.

Plots werd Theo ziek, er werd slokdarmkanker geconstateerd en dat bleek niet behandelbaar. De schok was enorm, maar de dankbaarheid overheerste. De dankbaarheid voor het mooie leven samen en de prachtige momenten die er waren. Ik vond de houding bijzonder, zowel omdat het oprecht was en ook omdat Theo nog maar net zestig was en het kon accepteren. De tijd die overbleef werd besteed aan samen culturele evenementen bezoeken, samen muziek luisteren en met vrienden eten en van mooie wijn genieten. Bovendien werd samen met Jellie en enkele vrienden besproken hoe Theo zijn laatste tijd wilde doorbrengen. Het plan was overzichtelijk, zoveel mogelijk genieten, waardevolle dingen doen en afscheid nemen van vrienden. Uiteindelijk zou de huisarts worden gevraagd om de laatste fase zoveel mogelijk te verlichten middels medicijnen en te zorgen voor een waardig sterven thuis. Dit was besproken en Theo voelde zich er helemaal gerust bij.

Ze hadden het helemaal geregeld en ondanks de vreselijke ziekte hadden ze vertrouwen in een mooi en warm levenseinde. Op het allerlaatste moment werd de pijn te heftig en de huisarts geroepen. Theo zou naar een mooi maar te vroeg sterven worden begeleid, de huisarts zou om drie uur komen. Theo lag in een duistere kamer, met de Goldberg variaties op de achtergrond en een geopende fles favoriete rode wijn. Een intieme setting.

Om drie uur was hij er niet, Jellie werd onrustig. Om half vier belde ze hem, hij was onderweg en pas om kwart voor vier arriveerde hij. Jellie had het niet meer. Maar goed, de huisarts was er en zou Theo in deze setting verlossen. Toen hij binnenkwam bleek het veel te donker om de benodigde handelingen te doen dus hij verzocht om een sterke lamp. Jellie moest een lamp uit een andere kamer halen, een stekkerdoos gezocht en snoeren over het bed. De gecreëerde intieme setting veranderde in een soort werkplaats. Geïrriteerd en gehaast deed de huisarts de handelingen en voor dat Jellie het doorhad was Theo er niet meer. De voor hun zo belangrijke, warme en waardige manier die zo goed was voorbereid werd verstoord en zorgde voor een traumatische ervaring bij Jellie.

Arno, we hadden het zo goed voorbereid en gek genoeg hadden we er zelfs een beetje zin in, ons afscheid….maar door deze omstandigheden werd het zo onbeschrijflijk afstandelijk en mechanisch. Het heeft lang geduurd voordat ik het beeld van Theo in bed, de lamp, het zoeken naar een verlengsnoer en de gehaaste dokter heb kunnen loslaten.

We reden door het prachtige landschap, de Goldberg variaties op de achtergrond in combinatie met dit zeer ingrijpende verhaal. Dit intieme verhaal van Jellie vond ik indrukwekkend mooi en tegelijkertijd vreselijk. Ik nam afscheid van Jellie met een knuffel en een glimlach. Wat een heftige laatste fase en wat een prachtige manier om een verhaal te begeleiden door de prachtige muziek mee te nemen in de auto.

Ik geloof dat ik nog maar even doorga met mijn Bloeigesprekken.

Fuck the sytsem;-)

Afgelopen periode heb ik veel mensen in de auto gehad die vanuit bezieling hun werk willen doen. Mensen die zijn opgeleid om anderen te onderwijzen, verzorgen, begeleiden. Maatschappelijk betrokkenen die hun bijdrage willen leveren om de wereld een klein beetje mooier te maken.

Tijdens de gesprekken met deze mensen is het thema bijna altijd de balans tussen het werken aan de bedoeling versus het voldoen aan het systeem zodat de processen kunnen blijven draaien. Ik bemerk veel frustratie, onmacht en pijn omdat deze mensen het gevoel hebben nog minimaal bij te kunnen dragen aan datgene wat ze bezielt. Met als resultaat dat ze opgeven of opbranden.

Deze mensen zijn over het algemeen professionele werkers die kritisch kunnen zijn en dingen voor elkaar krijgen. Toch lopen ze met grote regelmaat vast in regeldruk en vangen ze bot bij management indien ze (terecht) kritisch zijn. Rapportage gaat boven de daadwerkelijke bedoeling. Ondanks dat management zegt dat ze ondernemende en kritische professionals steunen blijkt dit keer op keer anders te zijn. Wollige managementtaal, systemen en doelstellingen maken dat er een groot gat is tussen de beleving van het management en de professionals.

Vorige maand had ik Daan in de auto, een doorgewinterd afdelingshoofd die met een prachtig project bezig is. Hij was in staat ondanks alle regeldruk een mooie opleiding en programma te organiseren en daarbij maatschappelijk relevant onderzoek te doen. Zelf ben ik in een vergelijkbare organisatie in een burn-out beland, mede doordat ik niet om kon gaan met systeemdruk en in mijn ogen zinloze werkzaamheden die niet bijdragen aan de bedoeling. Toen ik hem vroeg hoe hij dit deed verscheen er een grote glimlach en hij zakte tevreden onderuit.

Kijk Arno, ik weet exact wat er speelt in mijn domein en heb mijn netwerk op orde. Management vraagt me allerlei rapportages in te vullen en mee te draaien met organisatiebrede projecten. Die rapportages vul ik zo in dat het aansluit bij de wensen van management, en die projecten……ach, ik vaar mee op de golven van het team en maak me niet druk, negen van de tien keer blijft het bij een plan… Het moet voor mijzelf ook leuk blijven en mijn passie ligt bij de studenten, niet bij het management.

Daan blijft onder de radar en doet vanuit zijn bezieling de goede dingen, op deze manier levert hij een mooie bijdrage en blijft zijn energieniveau op peil. Mooi.

Veel van zijn collega’s lopen meer in de pas en gaan anders om met organisatievraagstukken en managementverzoeken (zoals ikzelf ook deed).  En velen van hen eindigen dan gefrustreerd, verliezen bezieling of worden ziek. Ik vond het mooi te horen dat Daan een goede modus heeft gevonden tussen de goede dingen doen en management tevreden houden. En hij doet dit vanuit de goede intentie en niet om de boel bewust te frustreren, hij werkt nadrukkelijk vanuit zijn bezieling om de studenten het beste onderwijs te bieden. Wel vind ik het lastig te verteren dat in zoveel maatschappelijk relevante organisaties management en professionals zo ver van elkaar verwijderd zijn, de verbinding onderling minimaal is waardoor er systemen worden opgetuigd om de samenwerking te optimaliseren.

Dus Daan, mijn zegen heb je. Fuck te sytsem!

Ik denk dat ik nog maar even doorga met mijn Bloeigesprekken.

 

De volgende instapper

Meestal spreek ik om negen uur in de ochtend af. De enige info die ik heb is een naam, adres en vaak een foto omdat de afspraken via WhatsApp worden gemaakt. Maar verder weet ik niets, dat wil ik ook niet omdat ik zoveel mogelijk zonder oordeel in gesprek wil gaan.

Toch is het iedere keer weer spannend omdat ik drie uur met iemand onderweg ga die ik (nog) niet ken en ik nooit zeker weet of er verbinding ontstaat. Het is interessant te merken dat je toch een beeld hebt van mensen, en je daar onbewust ook een oordeel over hebt. Dat begint al bij het maken van de afspraak, het korte contact wat er dan is, maar dat wordt concreet als je bij iemand voor de deur staat. Dan zie je het huis van diegene en ook dat vult het beeld verder in.

Tijdens mijn studententijd heb ik enige tijd keukens verkocht bij Hans Verkerk en daar leerde ik dat je mensen nooit mag onderschatten en beoordelen op uiterlijkheden. Mijn allermooiste verkoop deed ik aan mensen over wie ik een enorm oordeel had, namelijk kermisklanten. (Veel te dikke man, vet haar en een dom blondje aan zijn zijde). Ik ging met ze mee naar hun kermisterrein, opa en oma om 11 uur in ochtend aan het bier, schurftige herdershond en veel argwanende gezichten. Een uur later had ik een geweldige klik, zat aan het bier en had een geweldige ontmoeting. Uiteindelijk de keuken verkocht en de aanbetaling van 30% ging direct uit de kontzak, ruim tweeduizend gulden, cash! De mensen en ik hadden veel meer gemeen dan dat je in eerste instantie zou denken.

Toch merk ik dat een eerste oordeel er (bij mij) altijd is, en dat ik daar nog steeds heel vaak naast zit. Laatst stapte Ellen bij me in de auto. Een jonge vrouw van rond de dertig die helemaal in het zwart gekleed ging en Gothic door het leven ging. Eerlijk gezegd schrok ik me kapot! Zij komt uit een wereld die voor mij totaal onbekend is en ik heb wel een mening over dat soort types. De eerste kennismaking was dan ook koel, maar ik heb me voorgenomen iedereen die instapt in te beelden als de mooiste mens op aarde waardoor ik open ga staan voor verbinding. Ik was oprecht geïnteresseerd in haar keuzes en leven.

We spraken vijf minuten over ditjes en datjes en ik zei met een grote glimlach en open houding tegen haar: ‘Lieve schat, waarom zie je er in Godsnaam zo uit!’ En ze reageerde door te zeggen ‘En jij dan!’ BAM! De verbinding was gelegd. We barstten beide in lachen uit en ik provoceerde nog eens door te vragen of ze ook op een bezem vloog, ze gaf me lik op stuk door mij te vergelijken met Jan Peter Balkenende….

Vervolgens kregen we een prachtig en dierbaar gesprek over haar leven, jeugd, keuzes en teleurstellingen. Er was heel erg veel vergelijking tussen mijn en haar leven. De omgeving en omstandigheden waren totaal verschillend, maar de dilemma’s, heftige ervaringen en onzekerheden eigenlijk dezelfde. Voor mij was dit wederom een bevestiging dat er heel veel overeenkomsten tussen mensen zijn, veel meer dan we denken. En dat als we elkaar echt openstellen en oprecht nieuwsgierig naar elkaar zijn en een bijzondere verbinding kan ontstaan….zelfs tussen een kakker en Gothic! Nog nooit had ik een Gothic geknuffeld, maar ik kan vertellen dat het zeer warm was. Ik ben zeer benieuwd aan wie de volgende instapper zal zijn.

Ik geloof dat ik nog maar even doorga met mijn Bloeigesprekken!